Kwetsuur
Peesblessures (Pees- en Bandletsel)
Komt voor bij
Deze rassen worden relatief vaak met Peesblessures (Pees- en Bandletsel) geassocieerd.
Quick-Scan: Wat ziet de eigenaar in de praktijk?
- Warmte, zwelling en gevoeligheid aan de achterzijde van het onderbeen, meestal ter hoogte van de buigpezen of het kogelgewricht
- Acute kreupelheid die kort na of tijdens intensieve inspanning ontstaat
- Een zichtbaar verdikte of "bolle" pees in vergelijking met het andere been
- Terughoudendheid om het been volledig te belasten, met name bij draf of galop
- Bij een sluipend beloop: subtiele, wisselende stijfheid zonder duidelijke aanleiding
Pathofysiologie: Wat gebeurt er biologisch/veterinair van binnen?
Pezen en banden bestaan uit strak gerangschikte collageenvezels die zijn ontworpen om trekkracht op te vangen en, bij banden zoals het kogelsteunband, elastische energie op te slaan en terug te geven bij elke stap. Een peesblessure ontstaat wanneer de belasting op deze vezels de structurele draagkracht overschrijdt: bij een acute overrekking, bijvoorbeeld door uitglijden, een misstap of een zware landing na een sprong, scheuren collageenvezels plaatselijk af, wat direct een ontstekingsreactie en zwelling veroorzaakt. Minstens zo vaak ontstaat de schade echter geleidelijk, door herhaalde microscheurtjes die optreden wanneer de pees keer op keer net onder zijn maximale belastbaarheid wordt gebruikt — een proces dat zich in het begin vrijwel geruisloos voltrekt, omdat pezen zelf maar spaarzaam doorbloed zijn en dus traag reageren en traag herstellen.
Bij herstel na peesschade vormt het lichaam nieuw weefsel via littekencollageen, dat losser en minder geordend is gerangschikt dan de oorspronkelijke, strak evenwijdige vezelstructuur. Dit littekenweefsel is structureel zwakker en minder elastisch dan gezonde pees, wat verklaart waarom een doorgemaakte peesblessure een aanzienlijk verhoogd risico op herhaling met zich meebrengt — vaak juist op de rand van het herstelde gebied, waar de overgang tussen littekenweefsel en gezonde pees een zwakke plek vormt. Risicofactoren zijn onder meer een plotselinge toename van trainingsintensiteit, vermoeidheid tijdens inspanning (een vermoeide pees vangt minder goed op wat gezonde spieren normaliter zouden opvangen), oneffen of te diepe bodem, overgewicht en een minder ideale beenstand of kootstand die de belasting ongelijk verdeelt.
Management & Rantsoen
- Laat bij een vermoede peesblessure altijd echografisch onderzoek doen: dit brengt de locatie en het percentage vezelschade in beeld en bepaalt het te volgen hersteltraject
- Volg strikt het door de dierenarts opgestelde revalidatieschema, met aanvankelijk boxrust en gecontroleerd stapwerk, en bouw de belasting pas op na herhaalde echocontrole — te vroeg terugkeren naar volledige arbeid is de belangrijkste oorzaak van herhaald letsel
- Koel de pees in de acute fase meerdere keren per dag met koud water of coldpacks om de ontstekingsreactie te beperken
- Houd het lichaamsgewicht op een gezonde conditiescore: elke kilo extra vergroot de mechanische belasting op pezen en banden bij elke stap
- Overweeg ondersteunende voeding voor collageenherstel, zoals voldoende eiwit van goede kwaliteit (lysine, methionine) en silicium, in overleg met de dierenarts of een voedingsdeskundige
- Zorg tijdens de opbouw naar volledige training voor een gelijkmatige, niet te diepe bodem en bouw de trainingsintensiteit geleidelijk op in plaats van in sprongen
Dit is algemene informatie, geen diagnose of medisch advies. Raadpleeg bij gezondheidsklachten altijd een dierenarts.